zondag 15 december 2013

Africa must continue to rediscover and tell her own stories

Dear Storytellers and Colleagues,

With the passing of Nelson Mandela, there have been many articles about South Africa past and present. Some of them have talked openly about how his vision for South Africa has still not been realised: 40% unemployment in the townships, the huge gap between the richest and poorest, racial discrimination still operating, crime and violence against women on the increase, corruption in all areas of political life. At the 14th annual Steve Biko Memorial Lecture held in Cape Town in October, Dr Nkosazana Dlamini-Zuma, the 1st woman to head the Organisation of African Unity, said, “Africa must continue to rediscover and tell her own stories” which is a call which goes right to my heart.


Ashley and I have been pioneering the work of the International School of Storytelling in South Africa since 2009. We have offered 100% bursaries to students from the townships who still sometimes struggle to find the money to get to the venue. Students from past courses have gone on to tell stories about the pre-Apartheid era in schools, set up country wide literacy projects with government money, founded reading clubs in the townships and worked with teenagers in drama groups. We have also fostered a close relationship with Clowns Without Borders South Africa, to help their staff train in storytelling. They work with children orphaned by AIDS and the grandmothers who are left to care for them.


The bursary funded students have consistently told us how important and life changing not only the content of the course has been, but also the experience of being treated as an equal with the other South African and international participants. This sense of inclusiveness, of everyone under the sun being equal, is a vital part of our way of working.


We have a 5 week course called, The Storyteller in the Community, starting on January 26th and have already awarded the 2 full bursary places. We know of other individuals who we are unable to assist at the moment because of lack of funds. If you would like to donate to help people from the poorer sections of South African society make a breakthrough for themselves and their communities through storytelling, please go to:


www.schoolofstorytelling.com/south-africa-bursary-appeal.html


Thank you in advance for ANY help you are able to offer. Have a very peaceful and happy Christmastime and may 2014 start well for us all.


Best wishes from Sue Hollingsworth

On behalf of the  International School of Storytelling

The International School of Storytelling Ltd
9 Posthorn Lane Forest Row East Sussex RH18 5DD England
Company number 7506833
Registered charity number 1143285


zondag 8 december 2013

Het voordeel van een nadeel

Kan het niet laten om in deze donkere dagen van december, als zowel het sinterklaasfeest als het kerstfeest ons aansporen om moreel goed te doen, toch ook een keertje een verhaal te publiceren met een duidelijk moraal. Gebaseerd op het Indiase verhaal "De Waterdrager" (met dank aan i-ken).

Het lastigste aan verhalen-met-een-moraal vind ik dat ze zo goed voorkauwen wat je moet denken, voelen en doen. Je kunt stoppen met zelf te denken, omdat het gewenste denken al keurig is voorgeschreven. Veel boeiender vind ik het om nieuwsgierig te zijn en nieuwsgierigheid bij de lezer op te wekken. Verhalen niet als bevestiging van van bestaande overtuigingen, maar juist veel meer als een goede manier om te schudden aan de boom van goed en kwaad. 

Bijvoorbeeld: Wat zou u, als u hoofdpersoon was in een verhaal, wat zou u dan denken, voelen, doen? Wat maakt dan dat u precies dat denkt, voelt, doet? 
Kunt u schakelen in perspectief en paradigma (= denkraam)? Gaat u nu anders denken, voelen, doen? Kortom, kunt u dansen als een held?

En dan toch nu een mooi verhaal met een duidelijke morele boodschap. Geen dilemma misschien. Wel een paradox wellicht: kan een nadeel een voordeel zijn? Wat vindt u? Reacties altijd welkom! Ik lees graag van u op blogspot.com, via email: marcel@keridwen.nl; via twitter:  @keridwen, via LinkedIn: Marcel van der Pol of via Facebook: Keridwen - Vergroot uw Denkraam.

Voor nu in ieder geval veel leesplezier!
Marcel van der Pol

Het voordeel van een nadeel


De waterdrager heeft een lange stok op zijn schouders. Aan elk uiteinde hangt een grote kruik. De  kruik vat is helemaal perfect, het andere is beschadigd. Her en daar zitten diverse barstjes, niet eens zo goed met het blote oog te zien, als niet gestaag druppels water langs het steeds van de kruik naar beneden zouden stromen.
Elke dag loopt hij naar de rivier, vult de kruiken en loopt gebukt onder het gewicht van de tot aan de rand gevulde kruiken terug naar het huis van zijn meester. Daar aangekomen blijkt elke keer weer, dat de ene kruik nog steeds vol is, terwijl de andere onderweg reeds meer dan de helft van zijn water heeft verloren

Uiteraard zoals dat altijd bij kruiken gaat, is de gave kruik heel trots op de door hem dagelijks geleverde prestatie. Hij is wat hij is. Hij beantwoordt volkomen aan het doel waarvoor hij is gemaakt. De andere, met barstjes ontsierde kruik daarentegen schaamt zich diep. Nog minder dan de helft van datgene waarvoor hij is voorbestemd kan hij waarmaken. Hij vindt het vreselijk elke dag opnieuw te moeten falen en de waterdrager en daarmee diens meester te moeten teleurstellen.


Als je je zó diep schaamt, dan komt er een dag, dat je denkt dat er niets anders voor je rest dan je te verontschuldigen voor het feit dat je bestaat.
"Het spijt mij", fluistert de kruik bijna onhoorbaar tegen de waterdrager. "Het enige wat ik al die tijd voor u (en hem!) heb kunnen betekenen is nauwelijks meer dan een kleine hoeveelheid water. Het lukt mij geen enkele keer om meer dan dat veilig mee te nemen van de rivier naar huis. Door mijn gebrek moet u bovendien extra hard werken om in evenwicht te blijven. Als ik echter evenals mijn broeder perfect zou zijn geweest....


De waterdrager buigt zich voorover en vult beide kruiken met rivierwater, zwijgend, alsof hij de gebarsten kruik niet heeft gehoord. Dan recht hij de rug en loopt in een soepele cadans naar huis. De kruik met de barstjes begint zachtjes vanuit opperste ellende te jammeren.
"Stil", maant de waterdrager. "Jammer niet zo. Kijk eens om je heen. Kun je dan helemaal niet meer genieten van de wereld om je heen? Kijk eens naar die prachtige bloemen langs de weg!"
De kruik is stil. Langs het pad ziet hij inderdaad hoe allerlei bloemen zich koesteren in de zon.  Nu hem erop wordt gewezen, merkt hij dat hij werkelijk onder de indruk begint te raken van hun wilde schoonheid. Hij begint zich terstond wat vrolijker te voelen.

Bij het huis aangekomen, is zijn vreugde echter helemaal weer verdwenen, alsof bij elke druppel water zijn recht op tevredenheid verder weg is gevloeid. Het enige wat overblijft is een halfvol bewijs van falen.

"Heb je gezien", onderbreekt de waterdrager zijn somber gepeins, "dat er alleen bloemen staan aan jouw kant van het pad en niet aan de kant van je broeder kruik?"
Met frisse tegenzin kijkt de gebarsten kruik terug. Ondanks zichzelf moet hij toegeven, dat ook het lot van bloemen ongelijk is verdeeld.
"Hoe zou dat komen?", vraagt de waterdrager.
De gebarsten kruik zwijgt en denkt heel diep na. 

woensdag 30 oktober 2013

Versluierd dilemma

 [Een Keridwen dilemma verhaal]

Soms gebeuren dingen waarvan je had gehoopt dat ze jou nooit zouden overkomen. Op een kwade dag ontdekte hij het grote verschil tussen de papieren en de reële werkelijkheid. Als pas benoemd penningmeester bladerde hij vol trots door de boekhouding  van de afgelopen jaren. Eerlijk gezegd had hij ook nooit verwacht dat hij zo jong als hij was in het bestuur zou worden gekozen. Het was dat zijn voorganger na jaren trouwe inzet voor de vereniging niet langer in staat bleek voldoende tijd te blijven vrijmaken voor deze verantwoordelijke functie. Privé had nu ook recht op zijn onverdeelde aandacht, noemde hij dat. Nu moest uitgerekend hij zo'n deskundig en ervaren iemand opvolgen. Hij was er blij mee en hij hij was er niet blij mee.
Zuchtend sloeg hij een bladzijde om en genoot daar opnieuw van de zakelijke ordening van al die eindeloze cijfers in hun strakke kolommen. De cijfermatige weergave van de werkelijkheid mocht voor een buitenstaander duf en saai lijken, voor hem was het bijna een magische formule aan de hand waarvan zij probleemloos het reilen en zeilen van de vereniging kon duiden. Alle intenties, goede bedoelingen, halfslachtige keuzes, rake beslissingen, overeenstemming of onenigheid tussen bestuurders lagen besloten in de cijfers op deze bladzijdes voor hem. Als penningmeester 'las' je de cijfers: je begreep, je fiatteerde of corrigeerde...

En toen zag hij het opeens. Beter gezegd, hij zag het slechts half. Het ging in ieder geval om een bedrag van 43.785 euro. Het stond keurig vermeld bij zowel de inkomsten (verdeeld over 5 posten) als bij de uitgaven (2 posten). En toch ging er een alarmbelletje bij de kersverse penningmeester rinkelen. Er was iets met de posttoedeling en de met datering, die hem de wenkbrauwen deden fronsen. 43.785 euro! Straks was het verdwenen geld. Verkeerd gebruikt. Vals geboekt. Doorgesluisd. Verdonkeremaand. Fraude! Hij hield de adem in.

In een razend tempo bladerde hij door de boeken. Was dit vaker voorkomen? Zat er een patroon in? hoe groot waren dan de bedragen? Hoe had zijn voorganger dàt kunnen doen? Hoe had hij slechts de gedachte in zichzelf toe kunnen laten?
Als een ontgoocheld mens sloot hij twee uur 's nachts de boeken en ging naar huis. De grote vraag werd, wat nu te doen?
Confronteer je je voorganger met je verdenkingen? Ga je er direct mee naar het voltallige bestuur? Of naar de politie; geef je hem aan? Echte concrete bewijzen had hij nog steeds niet gevonden. Het was echter wel onduidelijk waarom, welke bedragen wanneer precies waarvoor waren aangewend. Als verantwoordelijke penningmeester hoorde je dat te weten. Je hoorde in een oogopslag te kunnen zien hoe het financiële reilen en zeilen van de vereniging in elkaar stak. Eén vraag op de ALV van een oplettend verneigingslid en hij zou met zijn mond vol tanden staan.

Hij besloot de volgende dag reeds zijn voorganger te confronteren. Hij nodigde hem uit in een sober lunchrestaurant. Na zijn tweede glas wijn, bij het hoofdgerecht, zou hij zijn voorganger de hamvraag stellen. Na zijn eerste glas wijn verloor hij echter reeds de moed.
Twee financiële mannen zaten tegenover elkaar en praatten over het leven. Geen financieel cijfer kwam er aan te pas.
De nieuwe penningmeester dronk zijn tweede glas en staarde naar de man tegenover hem. Hij vroeg zich hoe zeer gepokt en gemazeld je moest zijn om met zo'n uitgestreken gezicht tegenover hem te kunnen zitten. Voor de naïeve toeschouwer was niets aan zijn voorganger te zien dat kon duiden op een frauduleuze inborst. Maar als je goed keek, en van een man in zijn eigen positie moest je dat ook kunnen verwachten, dan herkende je de subtiele signalen wel. De manier waarop de ander zijn glas hief en bijna gulzig de laatste druppels wijn naar binnen zoog. Het onrustige spel van zijn wenkbrauwen tijdens het praten. Zijn ogen die nooit langer dan een halve minuut op een punt bleven gericht. Zijn handen die te krachtig in elkaar grepen als hij luisterde
Aan het einde van de maaltijd wist de penningmeester genoeg. Voor hem was er voldoende bewijs. Quod erat demonstrandum. Hij wist wat hem te doen stond.

Beste lezer, op zich ben ik geneigd u nu te vragen wat u zou doen. Ik zou u vooral willen uitnodigen uw keuzes toe te lichten.
Echter voordat ik de kans kreeg u deze vraag te stellen en vervolgens uw keuzes af te zetten tegen de keuzes van onze penningmeester hadden de volgende gebeurtenissen mijn uitnodiging al achterhaald:

Het was voor onze penningmeester al duidelijk wat hij de volgende dag zou moeten doen. Het voltallige bestuur in kennis stellen van wat hij had ontdekt, wat de consequenties ook zouden zijn. Fraude mocht en kon niet worden gedoogd.
Die nacht staarde hij voor een laatste keer in de boeken, bladerde ogenschijnlijk gedachteloos door de gemaltraiteerde jaarcijfers.... en toen zag hij het opeens. Hij zag het glashelder voor zich. Het patroon. De verwijzingen. De posten en kruisposten. De ratio achter het handelen van zijn voorganger. Alles viel opeens op zijn plek. Opgelucht haalde hij adem. Elke cent bleek tot achter de komma te zijn verantwoord. Een zeurende hoofdpijn verdween als  sneeuw voor de zon. Met een brede glimlach viel hij boven zijn boeken in slaap.

Toen hij de volgende ochtend wakker werd, haastte hij zich naar buiten om zichzelf te trakteren op een verse cappuccino met kaneel. Tot zijn verrassing zag hij aan de overzijde van de straat zijn voorganger voorbij lopen. Hij bleef staan en keek de ander aandachtig na. Hij begon langzaam en instemmend met zijn hoofd te knikken. Als je hem zo zag lopen aan de overkant, in een rustig, ontspannen en uitgebalanceerd tempo het ene been voor het andere plaatsend dan kon je zeker concluderen: wat is die man in één nacht in  zijn voordeel veranderd.

zondag 29 september 2013

De troonopvolger


[Een Keridwen dilemma verhaal]


Er was eens een prins. Een gewone, doodnormale prins. Zo normaal, dat hij nauwelijks tot niet bezig was met prins-zijn. In het begin dacht hij ook echt dat alle jongens prinsen waren en alle meisjes prinses. Natuurlijk ontdekte hij al redelijk snel, niet alle prinsen gelijkelijk werden behandeld, maar hij schreef dat zonder meer toe aan de ondoorgrondelijke wijsheid van het leven. Hij prees zich wel gelukkig dat hij zelf een bevoorrechte prins leek - het maakte het leven zo’n stuk eenvoudiger! - maar deed zijn uiterste best slechts een van de vele prinsen van het land te zijn. Zijn vader echter was een bijzonder man. Voor zover hij wist was deze de enige in het land die ‘koning’ werd genoemd en voor wie iedereen boog. Ook hij zelf werd geacht te buigen, hem met ‘koning’ aan te spreken, als hem iets werd gevraagd en hem vooral niet te veel lastig te vallen. Zolang hij zich aan die eenvoudige regel hield, zou het best goed hem komen.  Zijn moeder was ànders anders. Hoewel de meeste mensen om hem heen haar ‘koningin’ noemden en nog dieper voor haar bogen, dan voor zijn vader, lukt het hem niet haar ‘koningin’ te noemen. Het enige wat hij over zijn lippen kreeg, was ‘moeder’ of in gevallen van uiterste nood ‘mama’. Zelfs zijn vader, de koning, onderkende haar anders-zijn en boog vrijwel altijd voor haar wil. Toen onze prins een volwassene in zijn buurt vroeg wat dat ‘koning’ toch betekende, keek trok deze een zuinige mond en keek bedenkelijk. ‘Koning’ verwees, volgens hem naar ‘leiderschap’, naar ‘regeren’, ‘verantwoordelijkheid’, ‘decorum’ en ‘management’. De prins kreeg niet het idee, dat hij dankzij deze woorden een beter begrip kreeg, draaide zich teleurgesteld af en richtte zich weer op zijn liefste bezigheid: stiekem lange wandelingen maken door de uitgestrekte duingebieden achter het paleis.

De prins kwam op een leeftijd, dat de woorden ‘koning’, ‘leiderschap’, ‘besturen’, ‘verantwoordelijkheid’, ‘decorum’ en ‘management’ betekenis voor hem begonnen te krijgen.  Langzaam maar zeker begon het ook ietwat tot hem door te dringen wat consequenties van deze woorden voor hem persoonlijk konden zijn. Voor hij echter de kans kreeg in een puberale contramine te geraken, vaardigde de koning, zijn vader, uit, dat hij ver weg gestuurd moesten worden naar een hogere school voor leiderschap om zich daar voor te bereiden op zijn toekomst. De prins genoot van het leven op deze hogeschool vele dagreizen weg, verborgen achter immense muren, die samen leken te vloeien met steile bergwanden die omhoog reikten tot bijna in de hemel en omlaag reikten tot in de wereld beneden, waar niets groter scheen dan een mier of een blaadje helmgras. Uiteraard leerde hij allerlei nuttige dingen voor een leven later, waar hij zich overigens nauwelijks nog een voorstelling van kon maken. ‘s Morgens waren zij vooral fysiek actief. Zijn spieren staalden, zijn reflexen werden sneller. ‘s Middags luisterden zij naar uiteenlopende docenten en noteerden getrouw hun vaak onbegrijpelijke woorden als ware het evangelie. Opdrachten naar aanleiding van het geleerde bleken desondanks relatief gemakkelijk, zolang je het als een spelletje bleef zien, zonder relatie tot het actuele leven. De avonden hadden ze voor zichzelf, tenminste als er niet een vrijwillige sociale vaardigheid bevorderende actief werd georganiseerd. Zolang je ook dat maar als een spel bezag, bleef het leuk.

Zo vaak als onze prins de kans kreeg, kneep hij er ook hier tussenuit en zwierf urenlang door de wijde omgeving, vaak tot de nacht definitief inviel en hij geen hand meer voor ogen zag. Klauterend en rondtastend wist hij altijd weer zijn kamer te bereiken en zo geluidloos mogelijk tussen de lakens te schuiven. Elke ochtend na zo’n nachtelijke zwerftocht was het weer een verrassing voor zijn kamergenoten hem monter uit bed te zien stappen.
In deze fase van zijn leven ontdekte hij wat volgens hem de zin van zijn leven was. Elke dag werd hem duidelijker wat hij later wilde worden.

Toen, eerder dan hij had verwacht, werd hij opgeroepen weer thuis te komen. Met lichte tegenzin maakte hij zich klaar. Hij weigerde een paard, waar hij als prins zo hadden de decorum-lessen hem geleerd recht op had, en koos voor de trein. De lange reis die bijna drie dagen zouden duren, zouden voor hem misschien wel de laatste in vrijheid zijn.
Peinzend staarde de prins door de ramen naar buiten. Hij overdacht zijn leven, waar hij vandaan kwam en waar hij naartoe wilde. Wat had hij eigenlijk de afgelopen jaren tijdens zijn verblijf op de Hogeschool voor Prinsen en Andere Opvolgers geleerd? In ieder geval dat de wereld vele malen groter en diverser was dan het koninklijk familiebedrijf. Je had niet één koninkrijk met één koning, maar de wereld bestond een talloze landen, met allerlei regeer- en bestuursvormen. Koningen waren beslist in de minderheid. Opvolgers werden lang niet altijd bepaald door de bloedband. Prinsen konden ook besluiten hun eigen weg te gaan. Dit laatste had onze prins danig verrast en in verwarring gebracht. Akkoord, dit gegeven had ook nooit tot het officiële curriculum van de Hogeschool behoord. Hij had de mogelijkheid eerst vaag gevoeld op zijn lange tochten door de omgeving en toen duidelijk bevestigd gekregen in de ‘s nachts fluisterend verspreide  heldendaden van vroegere studenten. Prinsen die weigerden Koning te worden. Prinsen die zich ontworstelden aan wat anderen voor hem hadden uitgestippeld. Prinsen, die van het ene op het andere moment waren gestopt nog langer ‘Prins’ te zijn, maar daarentegen de wijde wereld introkken, grote of kleine heldendaden verrichtten en hun eigen weg vonden.....
Als er al sprake van een voorbestemming kòn zijn, besloot de prins, terwijl de trein langzaam de het land van zijn vader binnenreed, dan was dat de voorbestemming voor de keuze je voorbestemming te aanvaarden of te weigeren. Hij lachte zacht om zijn eigen paradoxale spitsvondigheid. Je hoefde dit moment van keuze alleen nog neer te zetten in de werkelijkheid. Ter overstaan van hen die je voorbestemming willen bewaken. Dit is wat ik wil, dacht de prins. Dit is wat ik wil zeggen, tegen vader en vaderland. Dit wordt mijn weg....

Toen stopte de trein. De deuren gingen zoevend open. Douaniers stapten in en controleerden de paspoorten en inreisvisa van de passagiers. Eenendertig procent van de reizigers werd afgevoerd als ongewenste vreemdeling. Achtentwintig procent werd voorlopig aangehouden omdat documenten niet geheel in orde waren. Slechts één persoon werd omzichtig benaderd. Tot ze zeker waren wie zij voor zich hadden. Toen was er geen ontkomen meer aan.
De Prins was Thuisgekomen! De Troonopvolger was Volwassen geworden! De Oude Koning zou nu kunnen Gaan. Het Land bleef Gered! De Continuïteit was weer Gegarandeerd!.
Wat de prins ook zei, zijn woorden verdronken in het enthousiasme waarop hij het land werd binnengehaald en begeleid naar het paleis van de koning.

Stel, dat u deze prins (of prinses) zou zijn. Wat zou u dan doen en waarom?


In West-Afrika ontdekte ik de mooie traditie van het vertellen/spelen van dilemmaverhalen. Verhalen, waarbij het niet zozeer om de moraal gaat, of om wat de ouderen de jongeren als lessen willen meegeven, maar veel meer om de prikkel zelf na te kunnen denken... Over logica, over causaliteit, over waarden en normen. Over datgene wat "boven water" minder zichtbaar is.
Onder de noemer Het Gordiaanse Ei - verhalen,  ga ik de komende maanden allerlei dilemmaverhalen publiceren als Keridwen's Verhaal van de Maand.

Na elk verhaal ben ik benieuwd wat u, lezer, in zo'n situatie zou doen. Ik hoor/lees dat graag. Door onze dilemma's uit te wisselen, leren we het meest.


Dilemma verhalen passen ook uitstekend in De dans van de held-gedachte. Het vervolg op het boek De dans van de held, schakelen in perspectief en paradigma heeft niets voor niets de werktitel meegekregen: De dans van de held (2), theater als metafoor; tussen dilemma en paradox.

donderdag 1 augustus 2013

Dilemma's in Ghana



 
Dilemma's in Ghana. 
Ik weet nog goed hoe wij rond zes uur (dus net na zonsondergang) aankwamen in Accra en ik voor het eerst op het slecht verlichte plein voor het vliegveld een zee van donkere mensen zag. Dat maakte een overweldigende indruk. Tot nu toe had ik altijd tot een meerderheid behoort; opeens was ik duidelijk herkenbaar in de minderheid. Aan de ene kant was dat spannend, en een beetje eng, maar aan de andere kant lonkte krachtig het onbekende: wat zou ik nu opeens allemaal kunnen gaan ontdekken en ervaren? Nog geen week later ging ik op mijn eentje vanuit Johnsonville, waar ik logeerde in een leeg klaaslokaal van een voor de vakantie gesloten school, naar iets dat vaag werd omschreven als een plek van muziek en dans (modern) een paar kilometer verderop. Het werd een wandeling door niemandsland tussen twee wijken.


"De plek van muziek en dans" bleek een openlucht-dancing te zijn. Je moest eerst door een piepklein raampje met een stapeltje Ghanese bankbiljetten (cedi's) je toegangskaartje kopen en dan mocht je via een streng gecontroleerde poort naar binnen. Nu was ik geen gewone minderheid meer: ik was opeens de ènige blanke. Dan lukt het dus absoluut niet meer om in alle rust en onopvallendheid te acclimatiseren, om je heen te kijken en te observeren. Ik werd direct vrolijk van alle kanten belaagd, aangesproken en aangeraakt. Niet dat we elkaar goed konden verstaan: mijn kennis van het Ga en het Twi was erg slecht, hun Engels bestond uit hooguit vijf woorden. Maar het werd gezellig. Ik werd zelfs overgehaald om de dansvloer op te gaan. Volop highlife-muziek. De eerste aarzelende stappen die ik inmiddels had geleerd in de traditionele Ghanese dansen (Abadja en Adowa) kon ik ook op het vrolijke highlife-ritme kwijt. Of dat klopte of niet, weet ik niet meer. De aanblik van mijn danspogingen bleken in ieder geval hilarisch.


En dan wordt je opeens met geconfronteerd met gedragingen die je niet goed in je eigen cultuuridee kunt plaatsen. Eerst kwam een redelijk traditioneel gekleed meisje om mij heen dansen. Vrijwel zonder mij aan te kijken. Maar haar bewegingen kwamen steeds dichterbij en werden steeds intiemer. Om mee heen kijkend zag ik iedereen naar ons (mij?) staan kijken. De meesten vrolijk, een enkeling besmuikt en hier en daar iemand strak starend. Opeens wist ik absoluut niet meer wat ik moest doen en hoe mijn gedrag (wat ik deed of niet deed) zou worden geïnterpreteerd. Niets doen leek mij echter ook geen optie. Zo nonchalant mogelijk danste ik door de ruimte naar een andere plek. Steevast werd ik quasi-onopvallend gevolgd. 
Toen werd ik gered, door een meer modern gekleed meisje (felle blauwe jurk). In gebroken Engels legde ze uit wat de betekenis van de dans van het andere meisje was geweest en hoe ik daar op kon reageren. Opgelucht stelde ik voor getweeën verder te dansen. Een feestje werd dat. Ondanks de gebrekkige verbale communicatie verstonden we elkaar opperbest. Tot het afscheid. Voor de ingang van de dancing. Zij moest links, ik moest rechts. Dan kun je nog beslissen of je samen verder gaat. Of je afscheid neemt. Of je afspreekt elkaar nog eens te zien.  Of niet.
Op het moment dat ik mij naar haar toe wilde buigen, zag ik een meter of tien achter haar een halve kringen van mannelijke leeftijdsgenoten. Zwijgend. De armen over elkaar geslagen. Ons nauwlettend in de gaten houdend.


De vraag op z'n moment is natuurlijk, wat doe je dan? Hoe schat je de situatie in? Wat doe je wel, wat doe je niet?
Wat zou u doen? Ik ben heel benieuwd.


Die reis naar Ghana, mijn eerste reis buiten Europa,lang geleden, deed mij goed beseffen hoe fascinerend andere culturen, gebruiken en wijze van denken, andere denkramen, kunnen zijn. Waarden en normen die thuis vanzelfsprekend zijn, die je zelfs wellicht nauwelijks onder woorden kunt brengen, zijn op een andere plek ietwat onduidelijk... discutabel wellicht... Je twijfelt... je aarzelt... je weet niet goed wat je moet denken, voelen, doen... Nogmaals: wat zou u doen in zo'n geval?

Marcel van der Pol
www.KERIDWEN.nl

Dilemmaverhalen
West-Afrika was mijn eerste stap buiten Europa.Dit werd ook voor mij de eerste kennismaking met echt een andere cultuur. Diverse vanzelfsprekendheden werden opeens onzeker en onduidelijk.
Ik heb op mijn reizen door  de niet-Westerse wereld veel geleerd dat ik nu nog in mijn werk goed kan gebruiken. Een andere cultuur ontmoeten is een prachtige manier om met andere ogen naar je eigen werkelijkheid te kijken. En dan maak ik hier geen onderscheid tussen volkscultuur en organisatiecultuur; hooguit dat de verschillen in volkscultuur soms duidelijker zichtbaar zijn. In de ontmoeting  met andersdenkenden vergroot je je denkraam.

In West-Afrika ontdekte ik voor het eerst persoonlijk de onzeker makende verschillen in  hoe om te gaan met mensen die je mogelijk meer dan  aardig vindt. (zie bovenstaand verhaal uit Ghana)
Later ontmoette ik elders in Afrika voorbeelden hoe hele dorpen actief meededen in dans en muziek om één dorpsgenoot met een psychiatrische diagnose te helpen. Afwijzen als onzin of accepteren als heilzaam?

In West-Afrika ontdekte ik ook de mooie traditie van het vertellen/spelen van dilemmaverhalen. Verhalen, waarbij het niet zozeer om de moraal gaat, of om wat de ouderen de jongeren als lessen willen meegeven, maar veel meer om de prikkel zelf na te kunnen denken... Over logica, over causaliteit, over waarden en normen. Over datgene wat "boven water" minder zichtbaar is.

Na elk verhaal ben ik benieuwd wat u, lezer, in zo'n situatie zou doen. Ik hoor/lees dat graag. Door onze dilemma's uit te wisselen, leren we het meest.

Dilemma verhalen passen ook uitstekend in De dans van de held-gedachte. Het vervolg op het boek De dans van de held, schakelen in perspectief en paradigma heeft niets voor niets de werktitel meegekregen: De dans van de held (2), theater als metafoor; tussen dilemma en paradox.



zondag 7 juli 2013

Storytelling Guru

Once, the Baal Shem Tov came to his disciples and said, “This is the last year of my life. Each of you will have a role to fill after I’m gone.” He pointed to one of his followers, saying, “You will be the leader of the community here.” To another he said, “You will explain the teachings to those who come here and ask.” One by one, he told each of the disciples what they should do.
The last he turned to was Reb Yaakov. “You will be the storyteller. You will travel from village to village and spread the stories of what has happened here among us.”
Reb Yaakov cried out, “Holy master, I would do whatever you want, but please! Give a different task to me! As a storyteller, I would be poor! And travelling from place to place, I would never have a home or a family.”
The Baal Shem Tov replied, “As for your poverty, perhaps you will be surprised. And as for settling down, one day there will be a sign – and then you will know that your job is completed and you may cease your wandering.”
Here there some of the stories Reb Yaakov kept on telling.:


I. What is the problem?  
A downcast hasid came to his rebbe.
“Rebbe, I am in serious financial trouble.”
“So, what is the problem?”
“Rebbe, I lost my job. I lost every job I ever had.”
“And why do you keep losing them?”
“Well, whatever job I take, it seems my heart is not really in it.”
The rebbe looked hard at his disciple.
“You are an outstanding student of the Torah. You work well with people. Why don’t you become a rabbi?”
The hasid grimaced. “Rebbe, I have yearned to be a rabbi. But rabbis interpret the Law for people. Their judgements might affect the destiny of a person’s soul. I can’t be a rabbi. I’m afraid I might make a mistake!”
The rebbe met the hasid’s eyes.
“So? Who should become a rabbi? Someone who is not afraid of making a mistake?”


II. How do we know?
Some students of the Baal Shem Tov came to him one day with a question. “Every year we travel here to learn from you. Nothing could make us stop doing that. But we have learned of a man in our own town who claims to be a tzaddik, a righteous one. If he is genuine, we would love to profit from his wisdom. But how will we know if he is a fake?”
The Baal Shem Tov looked at his earnest hasidim. “You must test him by asking him a question.” He paused. “You have had difficulty with stray thoughts during prayer?”
“Yes!” The hasidim answered eagerly. “We try to think only of our holy intentions as we pray, but other thoughts come into our minds. We have tried many methods not to be troubled by them.”
“Good,” said the Baal Shem Tov. “Ask him the way to stop such thoughts from entering your minds.” The Baal Shem Tov smiled. “If he has an answer, he is a fake.”


III. Who has the answer?
Some Hasidim of the Maggid of Mezheritz came to him. “Rebbe, we are puzzled. It says in the Talmud that we must thank God as much for the bad days, as for the good. How can that be? What would our gratitude mean, if we gave it equally for the good and the bad?”
The Maggid replied, “Go to Anapol. Reb Zusya will have an answer for you.”
The Hasidim undertook the journey. Arriving in Anapol, they inquired for Reb Zusya. At last, they came to the poorest street of the city. There, crowded between two small houses, they found a tiny shack, sagging with age.
When they entered, they saw Reb Zusya sitting at a bare table, reading a volume by the light of the only small window. “Welcome, strangers!” he said. “Please pardon me for not getting up; I have hurt my leg. Would you like food? I have some bread. And there is water!”
“No. We have come only to ask you a question. The Maggid of Mezheritz told us you might help us understand: Why do our sages tell us to thank God as much for the bad days as for the good?”
Reb Zusya laughed. “Me? I have no idea why the Maggid sent you to me.” He shook his head in puzzlement. “You see, I have never had a bad day. Every day God has given to me has been filled with miracles.”




Marcel van der Pol (Keridwen)

Verhaal van de Maand voor Keridwen - door Marcel van der Pol

vrij naar een aantal chassidische verhalen.

donderdag 2 mei 2013

Knagende Vragen

Er zijn van die dagen dat je wakker wordt met vragen, die je een gehele wakende periode bezig kunnen houden. Waarom draait de zon rond de aarde in plaats van andersom? Mag je gehele wereld nog als een dorp beschouwen, als lokale verschillen tot moord en doodslag leiden? Zal er ooit een moment komen dat banken eenzijdig besluiten om geen rente te meer te bieden op spaarrekeningen, maar een vergoeding vragen voor het veilig stallen van je oudedagreserve? Door zulke vragen blijft er soms nauwelijks nog tijd over voor de waan van de dag

De vragen van de geleerde Mzuri Sana gingen misschien nog wel een stap verder. Dagelijks betrad hij zijn tuin om deze zo in te richten dat er een volmaakte plek voor rust, contemplatie en het oplossen van vraagstukken zou ontstaan. Een van de inrichtingsfasen betrof het verwijderen van onkruid, om precies te zijn van hardnekkige paardebloemen.  Mzuri Sana probeerde alles van wieden, onderschoffelen, uittrekken, platspuiten met chemische bestrijdingsmiddelen, inzetten van gecastreerde insecten, tot uiteindelijk rigoureus en met grof geweld verdelgen. Niets echter hielp. Onuitroeibaar schoten de paardebloemen steeds weer op de verboden plekken op. Ze verjoegen zijn rust, verstoorden zijn contemplaties en voorkwamen creatieve invallen. Hoe kon er ooit zo een volmaakte tuin ontstaan?

Links en rechts vroeg Mzuri Sana om deskundig advies. Vrijwel alle deskundigen adviseerden hem slechts precies om datgene te doen wat hij reeds had gedaan. Slechts twee raadden hem aan om minder toe doen: tenslotte was het inzetten van geslachtloos gemaakte bijen in dit geval volstrekt zinloos. Bang dat hij nooit meer tot diepe gedachten kon komen wendde Mzuri Sana zich tot de koninklijke tuinman, die gelijk met de nieuwe koning was aangetreden: tenslotte moest de titel ‘koninklijk’ toch íets te betekenen hebben?

Ook de koninklijke tuinman stelde vragen, vele vragen zelfs, beginnend bij de eenvoudige voor de handliggende. Toen het vragendeweg echter langzaam maar zeker tot hem door begon te dringen, dat Mzuri Sana vrijwel alles had ondernomen, zonder dat het tot het gewenste resultaat leidde, zuchtte hij diep en gaf onze geleerde de raad om het concept ‘verdelgen’ te vervangen door het concept ‘houden van’. Mzuri Sana boog voor deze wijsheid en ging terug naar huis.

Elke keer als Mzuri Sana nu in zijn tuin ronddwaalde en de gele pracht van paardebloemen gewaar werd, ontstonden er spontaan allerlei nieuwe, meanderende vragen in zijn hoofd.
Religieuze vragen: had Adam wel een navel als hij niet uit een vrouw geboren was? Hoeveel engelen zouden er op de punt van een naald passen? Zouden de eraf vallen als je de naald in tweeën kon splijten? Was God in staat tot lachen, nu hij uiteraard de pointe van elke grap van tevoren reeds wist?
Politieke vragen: als de staatsrechtelijke wortels van een volk zó republikeins zijn, wat maakt dan dat vrijwel iedereen een vorst wil adorerent?
Persoonlijke vragen: Zal het mij ooit lukken te luisteren naar het geluid van het klappen met één hand? Ben ik staat tot die liefde die maakt dat ik samen met mijn geliefde tegelijkertijd en één en twee ben?

Sommige vragen hielden Mzuri Sana zozeer bezig dat hij zich gedwongen zag de tuin te verlaten en een wandeling te maken door de nabije omgeving.  Daarbij kwam hij langs de openstaande deuren van een stal, die zo vol met koeien stond, dat er slechts heel weinig ruimte was voor elk afzonderlijk dier. Alle vragen die tot op dat moment zijn hoofd en hart vulden maakten ruimte voor een nieuwe vraag:
Waarom heeft God tijdens de schepping koeien geen vleugels gegeven? Kijk omhoog: een zee van ruimte daarboven! In de lucht zouden de dieren niet zo op elkaar gepropt hoeven te blijven. Als koeien toch konden vliegen...
Op dat moment kwam een vogel voorbij gevlogen en liet iets vallen precies boven op het hoofd van onze geleerde. Mzuri Sana staarde even peinzend voor zich uit, veegde ietwat verlciht zijn hoofd schoon en besloot toen dat hij nu begreep waarom koeien toch beter in een stal konden staan.

vrij naar Joodse, Christelijk en Islamitische anekdotes.

Marcel van der Pol
www.KERIDWEN.nl