zaterdag 26 juli 2014

Not a good example

The Rabbi Elimelekh had delivered a wonderful sermon and now he was returning to his native land. To honour him and to show their gratitude, the faithful decided to follow Elimelekh's carriage out of the city.
At one point, the Rabbi stopped the carriage and asked the driver to go ahead without him while he joined the people.
'A fine example of humility,' said one of the men beside him.
'Humility has nothing to do with it, just a little intelligence,' replied Elimelekh. 'You're all out here having a walk, singing, drinking wine, chatting with each other, making new friends, and all because of an old Rabbi who came to talk to you about the art of living. So let's leave my theories in the carriage, I want to enjoy the party.'

Geen goed voorbeeld

Rabbi Elimelekh had een schitterende preek gehouden. Nu keerde hij terug naar huis. Om hem op passende wijze eer te bewijzen, en om nu dankbaarheid te tonen, besloten de gelovigen  Elimlech’s rijtuig ter volgen tot buiten de stad.
Op een bepaald moment liet de Rabbi tot stilstand brengen en verzocht de voerman zonder hem vooruit te rijden terwijl zich bij de menigte voegde.

“Dat is een goed voorbeeld van nederigheid”, zei een van de mannen die naast hem liep.
Nederigheid heeft er niets mee te maken, antwoordde Elimelech. “Jullie zijn allemaal lekker aan het wandelen. Jullie zingen, drinken.  Jullie kletsen wat met elkaar. Misschien sluiten jullie  nieuwe vriendschappen. En dat allemaal om de een of andere oude rabbi jullie kwam vertellen over de kunst van het leven. Laat mijn theorie lekker verder rijden in mijn rijtruig.  Ik wil meedoen met de feestelijkheden hier bij jullie.

De paardebloem

Nasreddin Hodja besloot een bloementuin aan te leggen. Hij bemestte de grond en zaaide de zaden van vele prachtige bloemen. Maar toen ze opkwamen stond de tuin niet alleen vol met de bloemen die hij had gekozen, maar was hij ook overwoekerd door paardebloemen.

De Hodja vroeg advies aan hoveniers in de wijde omgeving en probeerde iedere bekende methode uit om ze kwijt te raken, maar tevergeefs.

Tenslotte liep hij helemaal naar de hoofdstad om de koninklijke hovenier te spreken in het paleis van de sjeik. Deze wijze oude man had al ontelbare hoveniers geadviseerd en opperde verschillende remedies om de paardebloemen te verdrijven, maar de Hodja had ze allemaal al geprobeerd.

Ze zaten een poos zwijgend bij elkaar en tenslotte keek de tuinman Nasreddin aan en zei:

- Nou, dan stel ik voor dat je van ze leert houden.

zondag 8 juni 2014

Op zoek naar Mr Serendip [inhoudsopgave]



 Op zoek naar Mr Serendip






Hoofdstuk 1. Mr Nobody
Hoofdstuk 2. Mr. WizzKid
Hoofdstuk 3. Mr. Nosey
Hoofdstuk 4. Mr. Framing
Hoofdstuk 5. Mr. Home Alone
Hoofdstuk 6. Mr. Spook
Hoofdstuk 7. Mr. Terror
Hoofdstuk 8. Mr. Serendip

-- Einde --

Blinde onderzoekers en een olifant

Ergens in de wereld, vermoedelijk aan de uiterste randen van de grote woestijn,  ligt een stad waarvan alle inwoners blind zijn. Toen op een dag een koning met zijn leger buiten de poorten van de stad zijn kamp opsloeg, waren de inwoners desondanks niet bang. Allerminst. Ze waren veeleer opgewonden. Geruchten gingen door de stad, dat de koning olifanten meenam op campagne. Hij zou ze gebruiken voor het zware oorlogswerk en om zijn vijanden te intimideren.
De inwoners van onze blindenstad hadden de meest uiteenlopende verhalen over deze geweldige beesten gehoord, maar er nog nooit eentje ontmoet. Zes dappere jongelui haasten zich de stad uit om uit te vinden wat nu een olifant werkelijk was.

Vol van de op handen zijn ontmoeting rende de eerste jongeman in volle vaart recht op de olifant in. Met een klap kwam hij tegen de zijkant van het dier. Hij spreidde zijn armen en voelde diens grote, gladde huid. Hij snoof en dacht: "Het is een dier. Dat is wel duidelijk. Mijn neus heeft mij overtuigd. Maar wat een omvang. Het is zo groot als een muur."
Hij draaide zich om en rende terug naar de stad om verslag uit te brengen.

De tweede jongeman rende naar voren terwijl hij zijn handen uitnodigend door de lucht zwaaide. Opeens had hij een olifantenslurf te pakken. De olifant schrok en trompetterde luid. Waarop uiteraard de jongen nog harder schrok. "Een olifant is als een slang", riep hij uit. "Maar veel groter. Zo groot, dat zijn hete adem aan snurkend geluid maakt.
Hij draaide zich om en rende terug naar de stad om verslag uit te brengen.

De derde jongeman botste tegen een slagtand aan. Hij voelde het harde, gladde oppervlak. Hij luisterde toen de tand over de grond schraapte op zoek naar eten. Even later voelde hij de scherpe punt op het eind. "Geweldig!", riep hij. Een olifant is hard en scherp als een speer, maar tegelijkertijd maakt het geluid en ruikt het als een dier!"
Hij draaide zich om en rende terug naar de stad om verslag uit te brengen.

De vierde jongeman taste rond met zijn handen laag bij de grond. Hij ontdekte een olifantenpoot. Hij sloeg zijn armen uit en knuffelde de poot. Hij voelde de ruwheid van de huid. Toen deed de olifant een stap achteruit en trok zich uit de omarming van de jongeman terug. "Nu begrijp ik, waarom de koning een olifant inzet om zijn vijanden te intimideren", dacht hij. "Een olifant is als een reusachtig boom of zuil. En toch kan hij buigen. En als hij neerkomt op de grond, trilt de aarde van de klap."
Duidelijk geïntimideerd draaide hij zich om en rende terug naar de stad om verslag uit te brengen.

De vijfde jongeman ontdekte al snel de olifantenstaart. "Ik begrijp niet, waar al die opwinding voor nodig is", mopperde hij."Een olifant is niets meer of minder dan een vlassig stuk touw."
Teleurgesteld draaide hij zich om en rende terug naar de stad om verslag uit te brengen.

De zesde jongeman was opeens de weg kwijt. Hij stond stil en luisterde, bang als hij was achter te worden gelaten. Hij hoorde, en voelde ook, de luchtverplaatsingen als gevolg van de flappende olifantenoren. Hij stak snel een hand uit en greep de oor. Nu voelde hij slechts een dun, ruw stukje huid. Hij lachte opgetogen. "Deze wonderbaarlijke olifant is als een levende ventilator", riep hij. En net zo tevreden met zijn eerste indruk van de olifant als de andere vijf jongelui, draaide hij zich om en rende terug naar de stad om verslag uit te brengen.

Nadat de jongelui weer in de stad waren verdwenen kwam een oude blinde man op het koninklijke leger en de olifanten af. Zoekend en tastend vond hij zijn eerste ontmoeting.
Hij liep om de olifant heen en onderzocht het dier minutieus Hij voelde het dier op alle plekken waar hij bij kon. Hij rook het. Hij luisterde. Hij vond de olifantenbek met slurf en slagtanden en de korte staart aan de andere zijde. Hij vond koelte bij de bewegende oren. Hij klopte ten afscheid de olifant tegen zijn zij en ging terug naar de stad.

Daar hoorde hij verhitte discussies. "Het is als een muur!" "Neen, als een slang!" "Als een speer!" "Een boom!" "Een stuk touw!"
De oude man zweeg, draaide zich om en ging naar huis. Hij lachte zacht in zichzelf toen hij zijn eigen jeugd herinnerde. Hij begon luider te lachen toen hij besefte dat hij de enige in de stad was die niet wist wat een olifant was.


donderdag 24 april 2014

De pijl door de roos

Elke week komen ze bij de Rebbe. Van heinde en ver. Voor ze de grote zaal binnengingen fluisteren ze de Rebbe hun zorgen toe, hun vragen, hun dilemma's, hun ideeën. Dan knikt de Rebbe. Een goede vraag, een interessant dilemma, een goed idee. Ga vooral zitten.

Als eindelijk iedereen in de zaal een plekje heeft gevonden, begint de Rebbe te spreken en vertelt hij een verhaal. Zo halverwege beginnen de eerste luisteraars te knikken en elkaar schuins aan te kijken. Dat klopt. Zo is het. Dat heeft de Rebbe goed gezien. Als tenslotte het verhaal is afgelopen, gaat iedereen tevreden naar huis.

De Rebbe heeft ook een leerling, die steeds weer vol ongeloof dit sterke staaltje van vertelkunst voor zijn ogen ziet gebeuren. Dit wil hij ook kunnen.
Met zijn tweeën alleen op een vroege wandeling in het bos, durft hij naar het geheim van de  Rebbe te vragen. Het is immers onmogelijk om al die honderden mensen, met elk hun eigen vragen, in een enkel verhaal antwoord te geven? En bovendien dat elke week te herhalen, met steeds een ander verhaal?

- Een goede vraag, antwoordt de Rebbe. Ga vooral zitten.

En de Rebbe vertelt het verhaal van de pijl, die zijn weg aflegt van de van de strakgespannen boog  van de schutter, door de lucht zoeft en het doel vindt; precies in het hart van de roos.

- Luister, zegt de Rebbe.
Mijn verhalen zijn als de pijl. Ik weet alles van spanning en ontspanning, alles van vasthouden en loslaten, alles van richten en raken. Ik ben verantwoordelijk voor die pijl. Maar de luisteraars, die bepalen zelf of ze de roos ophouden om in  het hart te worden geraakt. Zo raken mijn verhalen doel... of niet.

De leerling knikt.

woensdag 23 april 2014

Taal die de ander begrijpt?

Zij is een door de wol geverfde muizenmoeder. Ooit begonnen met een vriendje en een eerste worp van negen kinderen, woont zij nu alleen met haar laatste overgebleven spruit onder een kaaspakhuis in een snel veranderende wereld. Gepokt en gemazeld is zij in het overleven. Als geen ander weet zij tekenen in haar omgeving te duiden en vervolgens snel te reageren. Als dan ook de tijd is gekomen om het kaaspakhuis voor altijd te verlaten, aarzelt zij niet. Ze pakt haar laatste spruit op en gaat. Met grote ogen kijkt de kleine de grote wereld in. Elk moment op moeders rug brengt nieuwe indrukken.

Moeder Muis stapt flink door. Zij slaat een hoek om... en staat dan oog in oog met een reusachtig monster, met blikkerende tanden en uitgeslagen klauwen. De kleine piept van angst. Nog sneller dan ze is gekomen duikt moeder terug de hoek om. Ze zet haar kleintje voorzichtig neer in een hoekje.

-  Stil. Rustig blijven zitten. Mama is zo terug!

De kleine ziet met stijgende verbijstering Moeder Muis teruglopen naar de hoek. Straks...!? De kleine vergeet bijna te ademen.
Moeder Muis staat weer oog in oog. De bek van het monster vol blikkerende tanden staat uitnodigend open. De klauwen nog immer uitgeslagen.

Moeder Muis trekt haar schouders op, opent haar mond en blaft zo hard ze kan. De klauwen en de tanden verdwijnen in een ogenblik. Het monster krimpt ineen tot een kat, die zo hard ze kan het hazenpad kiest.

Tevreden loopt Moeder Muis terug. Sussend pakt ze het kleintje op:

- Zo zie je maar weer, mijn kind, hoe handig het is als je de taal spreekt die de ander verstaat!

vrij naar een beluisterde anekdote
Marcel van der Pol