zaterdag 30 juni 2012

De Grote Vacature Show

Twee kandidaten werden uit het overweldigende aantal belangstellenden uitverkoren voor de tweede ronde. Alle aanmeldingen waren door een deskundige lekenjury beoordeeld op vormgeving, originaliteit en zeggingskracht. De aanmeldingen van deze twee kandidaten waren hierbij als de beste uit de bus gekomen. Het was een nek-aan-nekrace geworden tussen de laatste tien, de verschillende waren ook minder dan miniem geweest, maar toch... slechts twee konden doorgaan naar de finale. Zo waren de regels van het spel. Daarover waren betrokken en toeschouwers het roerend eens. Afwijken van regels was toegeven chaos.

Nu kwamen beide kandidaten bijeen in de lobby van het plaatselijke hotel. Vanavond zouden ze hun laatste opdracht uit de handen van de spelleiding annex directie krijgen. Daarna konden ze zich terugtrekken voor de nacht om te genieten van een gezonde nachtrust of zich voor te bereiden op een topprestatie. Hoewel beide kandidaten daar niet van op de hoogte waren gesteld zou de keuze tussen beide opties meewegen in het eindoordeel.  Slechts één van beide keuzes leverde een ruime bonus op, die morgen in de eindstrijd wellicht het verschil zou maken tussen winnen of verliezen.
Ter overstaan van de directie en het voltallige personeel (hun toekomstige collega’s?) hoorden de kandidaten zwijgend de eindopdracht aan. Morgen moesten beiden op het plein voor het hotel een vlammende rede houden over de zin en onzin van persoonlijke ontwikkeling in een professionele context. Daarna zou een kandidaat gekroond worden tot overwinnaar en beloond met de verlangde functie. Verkiezingen waren veel beter voor het bedrijfsmoreel dan kille sollicitatieprocedures, toch!? Daarvan waren beide directieleden van overtuigd. Bovendien beleefde je er zo veel meer plezier aan, en... àls het een beetje meezat kreeg je zo via de regionale media gratis extra bedrijfsexposure.

Het toeval wilde echter dat beide kandidaten aangrenzende hotelkamers toegewezen kregen. De hotelier was dan ook niet in het wedstrijdcomplot opgenomen. Voor hem leverden deze bedrijfswedstrijden een aardig extra cent op, waar hij maar wat blij was in deze zware economische tijden. Hij wilde graag iets terugdoen en maakte de mooiste twee kamers voor de kandidaten vrij. En ja, deze lagen naast elkaar. Een niet al te gemeend “Welterusten!” naar elkaar mompelend verdwenen de kandidaten in hun respectievelijke kamers. Kandidaat A zakte dodelijk vermoeid neer op het bidet. Dit hele gedoe tot nu toe had hij als een uitputtingsslag ervaren. Zijn hoofd was leeg op een paar verdwaalde gedachten na. Bij de uitdrukking “persoonlijke ontwikkeling in een professionele context” kwam hij niet verder dan een verloren voetbalmatch op zaterdagavond en een teleurgestelde bonscoach die met opgeheven hoofd het veld en zijn functie verliet. Kreunend kwam hij overeind om de kamerkoelkast te plunderen, toen hij opeens een doordringende stem hoorde. Alsof iemand een toespraak hield. De bonscoach in de kleedkamer? Hij pakte een leeg tandenborstelglas en drukte deze tegen de muur. Kandidaat B bleek al stevig aan het oefenen. Duidelijk articulerend probeerde hij de rede te uit, waarmee hij de volgende dag hoopte te winnen.

“... Daarom meen ik mij te kunnen veroorloven te beweren, dat als niet weet wat je niet of wel weet, dat je dan ook nooit in staat zult zijn in het weten te groeien. Professionele context kan hierin zowel knellende vloek als een verruimende zegen zijn. Als het niet voor de uitoefening van je beroep nodig is te weten wat de hoed is en wat de rand, sterker nog, als je niet eens weet waartoe een hoed dient, wat is dan nog de ruimte voor persoonlijke groei?
Stel, dat je een eenvoudige medewerker bent, geboren en getogen in de directe omgeving van de organisatie. Stel, dat het voor je professioneel functioneren slechts noodzakelijk is om bijvoorbeeld acht onderscheidbare handelingen foutloos uit te voeren. Ligt het dan niet in de rede, dat je aan workshops en training persoonlijke ontwikkelingen een broertje dood hebt?

Op een bepaalde dag, als hij vanwege een onduidelijke privé kwestie voor het eerst van zijn leven de stad bezoekt en hij rustig door de stad loopt, bedenkend hoe zijn acht beroepshandelingen verder kan perfectioneren, wordt hij opgeschrokken door een groep rennende mensen. Ook hoort hij trommelslagen. In verwarring gebracht houdt hij een voorbijganger aan en vraagt wat de trommels te betekenen hebben.  “Brand!” roept de ander. “Word wakker, man. Er is brand! Wanneer er ergens brand uitbreekt, dan slaan we op de trommels opdat het vuur sneller kan worden geblust!”
Onze medewerker vindt dit zo’n geweldig idee, dat hij besluit zijn acht routineuze handelingen met een negende uit te breiden. Hij zoekt alle winkels in de stad af tot hij een trommel vindt, die hij vervolgens trots mee naar huis neemt. In zijn vrije tijd oefent hij zo veel hij kan, zachtjes weliswaar om zijn buren niet in dezelfde verwarring te brengen.

Wanneer er kort daarna brand op het werk uitbreekt pakt hij zijn trommel, haast zich naar de oplaaiende vuurzee en begint als een bezetene de vlammen toe te trommelen. Hij gaat zo op in zijn heroïsche inspanningen dat hij zijn collega’s compleet voor de voeten loopt. De vlammen zijn slechts met de grootste moeiten te doven. De uiteindelijke materiële schade is enorm.
Moe en somber vertrekken, alle medewerkers die hebben nog te redden wat er te redden is, naar huis. De volgende dag zal het pas werkelijk tot hen doordringen wat er is gebeurd, wat de gevolgen daarvan zijn en op wie ze de schuld kunnen afschuiven. Onze trommelheld blijft eenzaam achter. Met licht verbijstering staart hij beurtelings naar de trommel en de geblakerde bedrijfsresten. Wat is hier misgegaan? Zowel wat het professionele als het persoonlijke deel (...)”

Verslagen liet kandidaat A zijn schouders zakken. Beter zou hij het tijdens de finale niet onder woorden kunnen brengen. Zo snel als hij kon verwisselde hij het tandenborstelglas voor pen en schrijfblok. Kandidaat B was door zijn eigen enthousiasme inmiddels zo in vervoering geraakt dat hij ook zonder hulpmiddelen duidelijk te verstaan was. Woord voor woord noteerde kandidaat alle wijsheden die zijn concollega delibereerde. Voordat de volgende dag de grand finale los kon barsten wierp kandidaat zich in alle bescheidenheid op het spits af te bijten.
Kandidaat B hoorde tot zijn ontzetting hoe de ander het gras compleet voor zijn voeten wegmaaide... met zíjn verhaal! Wat bleef er nu nog voor hem over?

Na het wegsterven van het applaus glimlachte de directeur annex scheidsrechter hem minzaam toe. Kandidaat B kon wel door de grond zinken. Hij hapte naar adem en nam het woord.
“Geachte juryleden. Het applaus van zojuist was terecht. U hebt niet minder kan een meesterwerk kunnen horen. Ik acht mijzelf niet in staat een dergelijke prestatie te overtreffen. Mij blijft niets anders over dan om mijn geheel eigen manier u míjn proeve van optimale bekwaamheid te komen en de hoofdprijs waard te zijn. Ik zal de toespraak van mijn hooggeëerde medekandidaat woordelijk herhalen. Luister en oordeel zelf.”
Aldus geschiedde. De jury was unaniem in haar oordeel: persoonlijke groei in een professionele context was hier in optima forma tentoongespreid. Het was nu vrij eenvoudsig de meest geschikte kandidaat voor deze functie te benoemen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten